was successfully added to your cart.

Winkelmand

Review: Jan Geurtz, Verslaafd aan Liefde

By 10 maart 2019 september 11th, 2020 Reviews

Geurtz Verslaafd aan Liefde, Stroomland CoachingReview van: Jan Geurtz, verslaafd aan liefde, de weg naar zelfacceptatie en geluk in relaties, Ambo/Anthos, Amsterdam 2009.

Geurtz’ Verslaafd aan liefde gaat recht af op wat hij zelf noemt ‘de moeder van alle problemen’, en dat is de liefde en het feit dat we in de liefde lijden. Hulde. Ik ben gek op boeken die grote problemen op durven te pakken. En nog meer hulde omdat Geurtz meteen ook met de oplossing komt: we lijden omdat we de ware aard van de geest niet herkennen (Geurtz, Verslaafd aan Liefde – VAL 12). Laat ik dan maar in dezelfde stijl verder gaan: ik geloof er geen snars van. Maar het blijft een mooi geschreven en inspirerend boek.

In het eerste deel van ‘Verslaafd aan liefde’ geeft Geurtz een theoretisch frame, om te begrijpen hoe ons leven in relaties feitelijk bestuurd wordt door onbewuste motieven en patronen die we meenemen vanuit onze vroegste jeugd en opvoeding. Als je boos wordt op je partner omdat ze kritiek op je heeft, dan wordt je niet (alleen) boos op haar maar (vooral) op je eigen onvermogen om jezelf te zien als iemand die fouten kan maken. Of als je partner meer afstand wil en dat een angst voor verlating oproept: dan voel je niet alleen de afstand die hij wil maar vooral jouw oude pijn.

Relatieverslaving

En zo haken in de liefde de oude patronen van stellen in elkaar vast. We kunnen verslaafd raken aan de liefde omdat we in de liefde hopen onze eigen problemen op te lossen. We zoeken die ene partner met wie het helemaal goed is en die ons van ons lijden aan de existentie verlost. En we worden kwaad als een partner dat vervolgens niet voor ons kan doen.
Achter onze afhankelijkheid van elkaar zitten dus vooral innerlijke werelden. Het boek van Geurtz biedt een totaalvisie aan op het ontstaan en de structuur daarvan. Met die ambitie is het een prestatie dat het boek niet dwingend of drammerig geschreven is, maar vooral een vriendelijke en zelfrelativerende toon heeft. Er zitten spannende en leuke gedachten in, en inspirerende boeddhistische wijsheden. Ondertussen denk ik echter dat de visie van Geurtz in haar kern niet klopt, zelfs misleidend is, omdat zij voorbij gaat aan datgene waarmee iemand die lijdt aan de liefde zit.

De pijn is weg

Relatieverslaving, verslaving aan liefde, is een exces. Geurtz lost de pijn van dit exces op door afhankelijkheid van de ander weg te nemen. Uiteindelijk ben je volgens Geurtz in een gevecht met jezelf. Als je (geestelijk) daar doorheen prikt, lost de pijn ook op:

“als ál je verzet en verkramping heel even oplossen […], dan, ineens, gebeurt het wonder: terwijl je ernaar kijkt, blijkt de pijn plotseling helemaal geen pijn te zijn maar een wolkje energie, zo puur en zuiver en helder! Verbijsterd en vol geluk zie je het gebeuren: er is geen pijn, er wàs nooit pijn, het was altijd al de geest die oordeelde en wegliep. Het was altijd al de geest die zich vergiste…” (VAL 139)

Natuurlijk, met veel nuance kan ik nog een heel eind met hem meekomen. De bereidheid om aan jezelf te werken is de snelste weg uit de relatieproblemen. Alleen al omdat je daar regie over kunt nemen terwijl het een illusie is dat je je partner zou kunnen veranderen. Dus kun je ook werken aan je eigen omgang met de pijn die je aan een relatie ervaart. Maar Geurtz zegt meer. Hij zegt dat je je vergist als je denkt dat je lijdt. De pijn komt volgens hem namelijk voort uit onze verhouding tot onszelf:

“…altijd voor ons geluk en onze eigenwaarde afhankelijk zijn van anderen en omstandigheden? Dat is niet hoe we in werkelijkheid zijn! Dat is het resultaat van een serie vergissingen, die allemaal beginnen met en gevoed worden door onze fundamentele miskenning van onze volmaakte natuur. (…) En de ultieme kroon op deze reeks van vergissingen is – je raadt het misschien al – de liefdesrelatie!” (VAL 73)

Liefhebben en lijden zijn onlosmakelijk verbonden

Maar wat zeg je hier nou eigenlijk, Jan Geurtz? Laten we onze blik even weghalen van de erotische liefdesrelatie en verplaatsen naar de liefde van een ouder tot een kind. Stel dat een kind ernstig ziek wordt? Zou een ouder daar niet onder lijden? Is zijn ongeluk het resultaat van een vergissing in zijn eigen volmaakte natuur? Die suggestie is te gek voor woorden natuurlijk.

De liefde is een verhouding tot een ander en niet tot jezelf. Vandaar een relatie! Dat maakt dat we ook door die ander te raken zijn: wat zij meemaakt en wat zij doet gaat ons aan. In een erotische liefdesrelatie geldt dit des te meer omdat het een vrije verbinding is. De elementaire veiligheid die (als het goed is) een ouder-kind-relatie kenmerkt, namelijk dat die er altijd zal zijn, is hier niet vanzelfsprekend. Des te onvermijdelijker zijn liefde en lijden aan elkaar verbonden.

De liefde en haar schaduw

En dus verzet ik me tegen deze kern van het boek van Geurtz. Liefde bestaat bij de gratie van onze raakbaarheid en kwetsbaarheid. We gaan de grenzen van onze eigen persoon te buiten en stellen ons open voor een ander. Wat de liefde me geeft, kan ik mezelf nooit geven: warmte, intimiteit, vertrouwen, verwachting, delen, samen genieten van het leven. Aan die geschenken zijn hun schaduwen van verlies en gemis intrinsiek verbonden. Ik kan niet alleen, maar zàl ook in de liefde lijden.

Wie in de liefde gekrenkt, gekwetst of bedrogen wordt, lijdt pijn. Wie verlangt zonder vervulling te ervaren, lijdt pijn. Zelfs wie geniet in de liefde kan tegelijk lijden, omdat hij tegelijk de vergankelijkheid van zo’n moment voelt. Pas als we dit uitgangspunt aanvaard hebben, kunnen we verder gaan en onderzoeken hoe we met die kwetsbaarheid om kunnen gaan zonder in een excessief gedrag terecht te komen.

Als je het bijvoorbeeld extreem moeilijk vindt om kritiek te incasseren, dan kun je daaraan werken. Wie teveel nabijheid van zijn partner nodig heeft, zodat liefde ontspoort in claimgedrag, kan daaraan werken. Als je niet op een gezonde manier kunt omgaan met afhankelijkheid, en daarop reageert met dwang en controle: dan kun je daaraan werken.

Lijden en verlossing

In zijn poging dit soort excessen in de liefde te bestrijden schiet Geurtz dus door. Hij haalt een middel binnen dat niet alleen excessen in de liefde bestrijdt, maar überhaupt ieder lijden, en daardoor ook iedere liefdesrelatie. ‘Alle leven is lijden’ zei de Boeddha: àlle leven. En in antwoord op dat lijden leerde hij een weg die zich in zekere zin ook van dat hele leven bevrijdt:

“t Geliefde: ga er niet in mee;
Hetzelfde geldt voor ongeliefds.
’t Geliefde niet te zien doet pijn,
En ook het zien van ongeliefds.

Vandaar, vat geen affectie op;
Van dierbaars scheiden is heel erg.
Geen kluisters knellen hem, voor wie
Geliefd noch ongeliefd bestaat.

Uit dierbaarheid ontspringt verdriet,
Uit dierbaarheid ontspringt ook vrees.
Wie bevrijd is van dierbaarheid,
Kent geen verdriet, dus hoe nog vrees?

Uit ‘houden van’ ontspringt verdriet
Uit ‘houden van’ ontspringt ook vrees,
Wie bevrijd is van houden van,
Kent geen verdriet, dus hoe nog vrees.” *

Zo’n tekst is heel radicaal. Geurtz is hiertegenover veel minder direct. Maar toch, ook voor hem geldt dat hij ons bevrijdt van een relatieverslaving door ons te bevrijden van iedere relatie. Tenminste, voor zover de ander er in een relatie ook werkelijk toe doet. Daarmee verdwijnt ook de mogelijkheid om te onderscheiden tussen een gezonde en een ongezonde afhankelijkheid van een ander. Voor Geurtz is iedere afhankelijkheid immers een ‘vergissing’ met het oog op onze volmaakte natuur.

De spirituele relatie

Toch komt Geurtz nog wel uit op een model van een relatie, namelijk de spirituele relatie: “In de spirituele relatie wordt de liefde niet langer verstikt door angst en behoefte aan veiligheid, waardoor ze alsmaar blijft groeien en bloeien!” (VAL 157) Zoals te verwachten overstijgt zijn begrip van relatie nog steeds de dimensie van twee mensen bij elkaar, om meer te gaan naar een soort universele liefde, die zich dan óók in een partnerrelatie kan manifesteren:

”Dit is pure liefde, liefde an sich, liefde zonder object. Dit is onvoorwaardelijke liefde en je voelt het voor alles wat bestaat, inclusief jezelf. En natuurlijk dus ook voor je partner…” (VAL 164)

Helaas krijgt de positieve betekenis van deze relatie weinig diepte. Zij lijkt vooral te bestaan in het wegnemen van allerlei hindernissen. Eén van deze hindernissen is de monogamie. Geurtz geeft een uitgebreide beschouwing over ‘vreemd gaan’. Niet in de vorm van een theoretisch exposé maar als een case-beschrijving van een Paul en Christine die samen een spirituele relatie hebben. Maar nu komt er een collega in het spel.

“Ze (de collega) maakt hem meteen duidelijk dat ze geen diepe bedoelingen heeft met Paul, ze is zelf ook getrouwd, maar ze wil wel graag eens met hem vrijen. Paul is ook niet echt verliefd op haar, maar vindt haar heel sexy en het idee buitengewoon spannend.” (VAL 161/62)

Tja, hoe gaat dit verder als je een mooie, verdiepte en spirituele relatie hebt? Je zou denken dat en dergelijke flirt voor zo’n Paul weinig te betekenen heeft. Dat Paul inziet dat zijn seksuele begeerte snel verdampt ‘als een wolkje energie, zo puur en zuiver en helder!’ Dat hij het ‘verbijsterd en vol geluk’ zou zien gebeuren: ‘er wàs nooit lust. Het was altijd al de geest die zich vergiste…’ Enzovoorts.

Spiritualiteit… en begeerte

Maar niets is minder waar. Paul ‘schikt zich in het onvermijdelijke’ en zoent met zijn collega op een personeelsfeestje. Om er vervolgens eens goed voor te gaan zitten met zijn vrouw:

“In een spirituele relatie is het niet zo dat vreemdgaan verplicht is of altijd ‘moet kunnen’. Er heerst alleen geen verbod op het hebben van welke gevoelens dan ook. (…) In een spirituele relatie zal Paul dus aan Christine vertellen dat hij verleid wordt door een collega en dat hij dat spannend vindt. Hij neemt verantwoordelijkheid voor de angst die hij voelt voor haar reactie. Zij vertelt welke gevoelens er in haar opkomen: angst om Paul te verliezen, misschien gevoelens van minderwaardigheid. Ze neemt verantwoordelijkheid voor die gevoelens, gaat daar zelf mee aan het werk. Misschien maken ze enkele praktische afspraken, bijvoorbeeld over veilig vrijen, en over wat Christine wel of niet wil weten over Pauls avontuur.” (VAL 163)

Eerlijk gezegd ben ik Geurtz hier even helemaal kwijt. Hoe komt zijn verhaal over spirituele groei, autonomie en je eigen onbehoeftige en volkomen natuur, nou ineens uit bij een Paul die vluchtige seks zoekt met een collega? Waar is nu die pure liefde zonder object gebleven? Waar die individuele spirituele groei die belangrijker was dan wat je met anderen kunt hebben? Wat is de spirituele dimensie in dit verhaal?

Het is alsof je een pleidooi voor veganisme ziet uitkomen bij een lofzang op McDonald’s. Natuurlijk gun ik deze Paul zijn Happy Meal. Maar zullen we dan al die spirituele blabla er omheen niet beter achterwege laten?

Helaas krijgt vooral deze laatste perspectiefwending van Geurtz nogal eens navolging. “Een spirituele relatie, dat lijkt me ook wel iets”, heb ik meermaals gehoord van mensen die vooral veel zin hadden in seks. Je vanuit een boeddhistische inspiratie overgeven aan de begeerte… De wereld op zijn kop!

Veiligheid, vertrouwen en koestering

Zoals gezegd: ik denk dat dit boek van Geurtz, Verslaafd aan liefde, voorbijgaat aan de betrekking tot de ander, en dus aan de kern van wat een relatie is. Het overwint de excessen in de liefde door onze gehele afhankelijkheid van de ander te ontkennen. Eenmaal op dat standpunt is het natuurlijk niet meer mogelijk om nog zinvol inhoud te geven aan de veiligheid en het vertrouwen dat de meeste mensen zo van elkaar nodig hebben in de liefde.

Geurtz kan ons daar niet bij helpen ben ik bang. Blijven er allerlei elementen in zijn boek die heel waardevol zijn. Verslavingsverschijnselen in de liefde gaan inderdaad vaak op je vroegste jeugd terug. En vaak moeten allebei de partners hun relatieproblemen de baas worden door vooral aan zichzelf te werken.

Weten waaraan je kunt werken is al heel wat. Met totaaloplossingen die je in één klap bevrijden van alle problemen, kom je meestal bekocht uit.

Noten:

*Dhammapada, boeddhistische wijsheid in verzen, Milinda Uitgevers 2014, hoofdstuk 16, vertaling Paul Boersma.

Jan Geurtz, Verslaafd aan liefde, de weg naar zelfacceptatie en geluk in relaties, Ambo/Anthos, Amsterdam 2009.

Meer lezen op deze site?

Over verstrikt raken in een relatie: Codependency (Codependency, verstrikt in het probleem van een ander).

Of de blog ‘Relatietrauma, als je een dreun niet te boven komt‘.

Als ‘het gevoel weg is’:

Lees mijn blog ‘Is het gevoel weg? niet in paniek raken.

Verliefd op een ander: wat nu?

Over (geen) seks in een relatie: Geen seks, wel seks

De midlifecrisis van de man, eerst de haast eruit halen: Midlife Crisis 

Of zoek je hulp bij problemen die nu in je relatie spelen? Klik hier voor mijn aanbod van relatiecoaching. Je kunt me ook gerust bellen voor meer informatie: contact.

Harald

Auteur Harald

Haralds stijl van coachen kenmerkt zich door rust en helderheid met een stevige bite. Niet gehinderd door conventies en opgegroeid in het buitengebied van Tilburg tussen natuur en dieren, is hij oorspronkelijk en praktisch. Diepgaande studie van filosofie en religie heeft hem een scherpe blik gegeven op de zaken die er echt toe doen in het leven. Harald heeft zijn coachees ondenkbare hordes zien nemen, patronen zien doorbreken en hoge doelen zien bereiken. Hij werkt voor hen met passie en dankbaarheid voor het vertrouwen dat zij hem geven.

Meer blogs van Harald