was successfully added to your cart.

Winkelwagen

Review van Eugene Gendlin, Focussen

By 8 april 2022 Reviews
Review Eugene Gendlin Focussen

Eugene T. Gendlin, Focusing. Rider, London etc. 2003, XI + 175 pp.
Nederlandse vertaling: Eugene Gendlin, Focussen, Uitgeverij De Toorts 2008, 192 pp.

Eind jaren 70 van de vorige eeuw introduceerde filosoof en psychotherapeut Eugene Gendlin een nieuwe methode waarmee hij een revolutie wilde ontketenen in de psychotherapie: focussen. Deze methode moest maatschappelijk gemeengoed worden. Daarmee zou een eind komen aan de dokter-patiënt-relatie in de psychotherapie: een werkwijze die ‘zoveel kost en zo weinig oplevert’*. Alleen al wat dat laatste betreft zou Gendlins revolutie – nu meer dan ooit – een verlossing zijn. 

Het relatief dunne boek – voor het eerst uitgegeven in 1978 – begint met een heel eenvoudige observatie. Onderzoek leerde Gendlin dat het succes van een psychotherapie niet zozeer afhangt van de bekwaamheid van de therapeut of van diens methode, maar van een vaardigheid van degene die in therapie is: namelijk om zijn eigen probleem op een eenvoudige fysieke manier te kunnen ervaren.

Eind van de dokter-patiënt-relatie

Gendlin noemt die vaardigheid focussen en claimt dat die te leren is. ‘Omdat die innerlijke act aan te leren is, kunnen we die niet slechts patiënten in therapie, maar iedereen aanleren. Iedereen kan dit innerlijke process leren. En je kunt mensen ook de bijzondere manieren tonen waarop ze elkaar ermee kunnen helpen.” (p.9) Gendlin introduceert dus een nieuwe methode in de psychotherapie die een eind zou maken aan de gangbare relatie tussen therapeut en ‘patiënt’. Die laatste misplaatste term zou dan eindelijk uit het veld van de psychologie geschrapt kunnen worden. Maar bovendien  introduceerde hij een soort psychische zelfredzaamheid die ons preventief uit de hulpverlening zou kunnen houden.

Doorwerking in de traumatherapie

De doorwerking van het werk van Gendlin is niet gering geweest. Vooral in de traumatherapie waar traditionele methoden van psychotherapie altijd al problematisch waren. ‘Erover praten’, de gangbare praktijk bij het ‘in therapie zijn’, werkt bij trauma immers meestal niet, omdat praten wel traumatische ervaringen oproept, maar ze niet geneest.

Gebruik maken van de intelligentie van het lijf – zoals door Gendlin ontwikkeld – is sinds de tachtiger jaren centraal komen te staan in de traumatherapie. Traumatherapeut Peter Levine heeft het teruggaan op de oorspronkelijke fysieke reactie op het trauma centraal gesteld in zijn lichaamsgerichte therapie**. De traumatische gebeurtenis is vast komen te zitten in je lijf en kan door je lijf weer losgemaakt worden. En Bessel van der Kolk heeft zijn standaardwerk over traumatherapie zelfs als titel meegegeven waar het allemaal om draait: ‘the body keeps the score’***.

Maar toch moeten we constateren dat de revolutie waar Gendlin op hoopte niet heeft plaatsgevonden. Het web van professionele psychiatrie en professionele psychotherapie is in de afgelopen veertig jaar alleen maar groter en complexer geworden, en de vraag ernaar nog veel meer. In Nederland is de geestelijke gezondheidszorg geheel verstopt geraakt. Een goed moment om het boek van Gendlin opnieuw onder de aandacht te brengen. Om maar te beginnen met de meest cruciale vraag: werkt zijn methode? Heeft hij de steen der wijzen in de psychotherapie gevonden?

Focussen werkt

Antwoord is ‘ja en nee’. Ja, want zijn methode werkt. Ik weet dat uit eigen ervaring en de ervaring van mijn klanten. Als het kwartje valt dan voel je ook wat hij bedoelt. Iedereen kan focussen, want het gaat er niet om bijzondere vaardigheden aan te leren waardoor je een of ander kunststuk zou kunnen doen. Het gaat er eerder om van alles te laten: je problemen niet in de buitenwereld projecteren, ze niet te verklaren en ook niet oplossen, en vooral niet met de schuldvraag bezig zijn.

Waarom is hij met zijn therapie dan toch niet doorgestoten?

Pyramidespel

In eerste instantie leek het focussen een hele beweging te worden. Inmiddels is het focussen alweer allang ten prooi gevallen aan de gangbare praktijk in psychotherapieland. Het begint steeds waar iemand een nieuwe methode in de psychotherapie introduceert, bij voorkeur in de VS. Die persoon richt dan een instituut op waar belangstellenden in de methode onderwezen worden. Zij halen certificaten, en gaan daarmee gewapend in hun thuisland ook weer opleidingsinstituten opzetten: geaccrediteerd door de grote stichter en door allerlei beroepsverenigingen. Vervolgens mogen therapeuten die naar dat instituut geweest zijn, zich een gecertificeerde huppeldepup-therapeut noemen: EFT-, Focusing-, Inner Dialogue-, PRI-, NLP- etc-therapeut. Ergens onderaan die lucratieve ladder bungelt dan het werk met de ‘patiënt’, dat soms het minst interessante deel van deze mallemolen lijkt. Liever sticht je weer zelf een nieuw opleidingsinstituut. Het psychotherapeutisch landschap lijkt wel – net als de wereld van de coaching – één groot pyramidespel.

En zo werd ook de focussing-beweging in plaats van een verstoring van de gangbare therapeut-patiënt-relatie, slechts één van de vele aanbieders in een ongewijzigd veld. Ik vrees dat Gendlin met het oprichten van de eerste instituten gewoon heeft meegewerkt aan deze teloorgang. Hij heeft daarmee de kern van zijn boodschap op het spel gezet: dat het níet gaat om specialistische kennis van professionals maar om een algemeen menselijke vaardigheid.

Focussen is een spirituele vaardigheid

Blijft natuurlijk de vraag waarom het focussen dan niet buiten de professionele hulpverlening opgepakt is. Ik denk dat dat ermee te maken heeft dat de schijn van eenvoud van de methode bedrieglijk is. Wat je moet kunnen is je innerlijk proces eenvoudig waarnemen, zonder te oordelen, zonder te verklaren, iets op te lossen of er iets mee te willen. Deze menselijke vaardigheid wordt ook buiten de wereld van de psychotherapie geoefend. In de wereld van de mindfullness heet zij bijvoorbeeld awareness.

Wat we nu mindfullness noemen is echter ook niet uit de lucht komen vallen maar is stevig geworteld in een oude spirituele traditie. De vader van de mindfullness was een boeddhistische monnik. Een vergelijkbare oefening van ‘jezelf leegmaken’ vind je echter ook in allerlei andere culturen: in de christelijke mystiek van de middeleeuwen of in sjamanistische praktijken. Of vergelijk het met het begrip wu wei uit dat daoisme: ‘handelen door niet te handelen’. Een begrip waar soms lacherig over gedaan wordt, alsof het alleen maar een aansporing tot passiviteit zou zijn. Het gaat echter om de terughouding waardoor je met de natuur mee kunt werken, in plaats van er tegenin.

Laat de natuur haar werk doen

Voor wie thuis is in de westerse filosofische traditie: Gendlin komt uit dezelfde school als Martin Heidegger, de fenomenologie, die een vergelijkbare houding als het focussen bepleit met zijn begrip van het ‘andenkende Denken’. Het gaat voor Heidegger om een denken dat niet actief is, niet verklarend of oplossend, maar dat aandachtig ergens bij kan zijn, in een eenvoudig waarnemen van het verschijnen van de dingen. Een vergelijkbare weg wijst Gendlin aan. Laat de natuur haar werk doen. Ga niet met je bewustzijn in de weg zitten maar werk mee. Richt je aandacht op je innerlijke natuur, de ‘felt sense’: de ervaren betekenis die uit de fysieke ervaring zelf naar boven komt.

Persoonlijke ontwikkeling

Maar bij al die verwantschap met spirituele en filosofische tradities zien we ook meteen het grootste probleem: ondanks het feit dat die houding het allereenvoudigste lijkt te zijn, is ze toch tegelijk ook het allermoeilijkst. Zo moeilijk dat monniken daar jaren in stille afzondering op trainen. Andere, actievere bewuste houdingen gaan namelijk veel meer als vanzelf. Overal staan die houdingen klaar om iets met die stille ervaringen te doen: vaak al voordat ze zich echt hebben mogen manifesteren. In spirituele tradities is de vereiste houding dus niet het begin maar het resultaat van een pad van persoonlijke ontwikkeling. Voordat we bij het stil en eenvoudig waarnemen van onze innerlijke wereld komen, moeten we ons langs een hele kudde draken vechten die de weg versperren.

We projecteren onze problemen buiten ons

Allereerst moeten we bereid zijn om pijn te accepteren. We rennen niet zomaar van onze oorspronkelijke ervaringen weg. ‘Wat heb je er nou aan om lang bij een pijnlijke ervaring stil te blijven staan? Niks toch?!’ Niettegenstaande de kennelijke vanzelfsprekendheid van die opmerking: niets is minder waar. Veel problemen hebben juist niets meer nodig dan erbij stil te blijven staan. En het wegrennen ervan is juist het grootste probleem.

Wegrennen doen we eerst en vooral door alles buiten onszelf op te willen lossen. Het werk geeft me stress, dus moet ik dat werk anders organiseren. Mijn partner maakt me onzeker, dus vraag ik aan haar meer bevestiging. Mijn baas ondermijnt mijn gevoel voor eigenwaarde, dus vraag ik om overplaatsing. Als een probleem zowel een innerlijk als een uiterlijk aspect heeft, is de default-houding van de bewuste mens toch echt om vooral aan de gang te gaan in de buitenwereld. En zo blijft in de genoemde voorbeelden de onderliggende innerlijke kant al snel buiten beeld. Stress, onzekerheid en kwetsbare eigenwaarde schuiven naar achteren, werk, partner en baas naar voren.

We willen een verklaring

Daarachter zitten weer hele kluwen van andere complicerende factoren die de aandacht voor de oorspronkelijke ervaring overstemmen. Bijvoorbeeld: waar we een probleem ervaren, willen we meteen ook een verklaring voor dat probleem. Iemand heeft nog niet geconstateerd dat hij zich in een bepaalde situatie gestrest voelt, of hij vraagt al: maar waarom voel ik me dan gestrest?  Eenmaal dat we de vraag naar een waarom gesteld hebben, zappen we steeds verder weg, naar externe factoren, school, ouders, maatschappij. We ploegen ons verleden door en al malend en piekerend raken we mijlenver verwijderd van de oorspronkelijke ervaring.

Een revolutie in de psychotherapie

En zo zijn er nog talloze andere manieren waarop we bovenop een oorspronkelijke ervaring vooral veel drukte creëren. En helaas maken psychologische inzichten daar vaak deel van uit. We lezen over onze problemen, verklaren vanuit de buitenwereld, jeugd of traumatische gebeurtenissen, we diagnosticeren onszelf een slag in de rondte en klagen overal schuldigen aan. En zo zijn er nog tientallen reflexen waar we in kunnen schieten.

Wat Gendlin introduceert is dus inderdaad fundamenteel: zijn methode heeft raakvlakken met diverse spirituele en filosofische tradities. En op het vlak van de psychotherapie zet hij daarmee inderdaad een revolutie in: van activiteit naar waarneming. Van oplossend vermogen naar de natuur haar werk laten doen: niet méér maar minder doen. Van afhankelijkheid van hulp van deskundigen naar vertrouwen op je eigen vermogen om door te dringen tot je innerlijkheid.

De steen der wijzen

Helaas is die weg veel moeilijker en eist die veel meer van de mens dan de eenvoud van Gendlins boek doet vermoeden. Maar dat geeft niet! De eenvoud waarmee hij zijn methode neerzet is toch de enig passende vorm. Ook dat is een heel oud inzicht. De middeleeuwse alchemisten wisten al dat het allerhoogst haalbare in de wetenschap tegelijk de allereenvoudigste en de puurste vorm was – want om niets minder ging het bij hun zoektocht naar de spreekwoordelijke ‘steen der wijzen‘.

Ik denk dat Gendlin wel degelijk, voor wat betreft de wetenschap van de ziel, die steen der wijzen op het spoor was. De herontdekking van een soort zelfreinigend vermogen van de menselijke psyche.

Zou het nu, ruim veertig jaar na het verschijnen van zijn boek en vijf jaar na zijn overlijden, wel tijd voor zijn revolutie? Nu de gangbare methoden overal tegen een muur van onvermogen opbotsen, zowel qua kosten als qua aanpak? Ik zeg ‘ja’. En laten we dan niet de fout maken om opnieuw in te zetten op opleiding, accreditatie en certificaat. Koop gewoon zijn boek en oefen jezelf net zo lang tot het lukt. Ben je zover, help dan anderen op weg. Meer is er niet nodig!

 

The happiest change of all is that we can build the change process into society generally and not only in doctor-patient therapy that costs so much and sometimes gives so little.” (Focusing p. 9)

**Peter Levine, De tijger ontwaakt, traumabehandeling met lichaamsgerichte therapie. Altamira-Becht, Haarlem 2008, 2007.

*** Bessel van der Kolk, The body keeps the score, mind, brain and body in the transformation of trauma. Penguin Books 2015, 443 pp.

 

Meer lezen:

Nederlandse vertaling: Eugene Gendlin, Focussen, Uitgeverij De Toorts 2008, 192 pp.

 

Verder lezen op deze site:

Over mental coaching en life-coaching

Persoonlijke ontwikkeling en groei

Of luister naar een podcast over over een innerlijke crisis: ‘Wat als het leven naar bagger smaakt’

Harald

Auteur Harald

Haralds stijl van coachen kenmerkt zich door rust en helderheid met een stevige bite. Niet gehinderd door conventies en opgegroeid in het buitengebied van Tilburg tussen natuur en dieren, is hij oorspronkelijk en praktisch. Diepgaande studie van filosofie en religie heeft hem een scherpe blik gegeven op de zaken die er echt toe doen in het leven. Harald heeft zijn coachees ondenkbare hordes zien nemen, patronen zien doorbreken en hoge doelen zien bereiken. Hij werkt voor hen met passie en dankbaarheid voor het vertrouwen dat zij hem geven.

Meer blogs van Harald